Een Veilig Thuis medewerker wordt verweten dat hij de moeder onprofessioneel te woord heeft gestaan.

Klager is [de klager], hierna te noemen: de moeder. De gemachtigde van de moeder is [naam gemachtigde], werkzaam als vertrouwenspersoon bij AKJ.

De jeugdprofessional is [de jeugdprofessional], hierna te noemen: de jeugdprofessional, werkzaam als medewerker onderzoek & interventie bij Veilig Thuis. De jeugdprofessional staat sinds [datum] 2018 als jeugd- en gezinsprofessional geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ).
De gemachtigde van de jeugdprofessional is mevrouw mr. J. Huitema, werkzaam bij &Jeugd.

De digitale mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 1 november 2021 in aanwezigheid van de moeder, de jeugdprofessional, de jeugdprofessional in zaaknummer 21.122Ta, en de gemachtigden.

Het College gaat uit van het klaagschrift (ontvangen op 2 juni 2021), het verweerschrift (ontvangen op 23 september 2021) en wat is besproken tijdens de digitale mondelinge behandeling van de klacht.

1     De feiten

1.1 De moeder heeft een minderjarige zoon die is geboren in 2018. De ouders van de zoon zijn gescheiden, maar gezamenlijk belast met het gezag over de zoon.

1.2 Op 16 juli 2019 doet de politie een zorgmelding bij Veilig Thuis in verband met het vermoeden van de moeder dat de vader haar morfine gebruikt, hij hier verslaafd aan is en hierin dealt.

1.3 Op 27 augustus 2019 vindt er vanuit Veilig Thuis de veiligheidsbeoordeling plaats. Op 5 september 2019 neemt Veilig Thuis het triagebesluit om de dienst Voorwaarden & Vervolg in te zetten.

1.4 Op verzoek van de casusverantwoordelijke, beklaagde jeugdprofessional in zaaknummer 21.122Ta, is de jeugdprofessional tijdens twee gezamenlijke gesprekken met de ouders aanwezig geweest.

2     Het beoordelingskader

2.1 Het College beantwoordt de vraag of de bij SKJ geregistreerde jeugdprofessional met het (beroepsmatig) handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening en toetst dit handelen aan de algemene tuchtnorm. Hierbij wordt rekening gehouden met de professionele standaard (de voor de jeugdprofessional geldende Beroepscode voor de Jeugd- en Gezinsprofessional (hierna te noemen: de Beroepscode), de richtlijnen en de veldnormen) ten tijde van het klachtwaardig handelen. Bij de tuchtrechtelijke toetsing gaat het er niet om of het handelen van een jeugdprofessional beter had gekund.

3     Beoordeling van de klacht

Het klaagschrift bestaat uit één klacht. Deze wordt hieronder samengevat weergegeven en vervolgens beoordeeld.

3.1 De klacht

3.1.1 De moeder verwijt de jeugdprofessional dat hij de moeder onprofessioneel te woord heeft gestaan. De jeugdprofessional heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd.

3.1.2 Het is het College gebleken dat de moeder de twee gesprekken waarbij de jeugdprofessional aanwezig is geweest, met toestemming, heeft opgenomen. De moeder heeft deze geluidsopnames, vergezeld door transcripties, bij haar klaagschrift overgelegd. Om die reden heeft het College kunnen horen hoe de gesprekken op 24 september 2019 en 10 oktober 2019 zijn verlopen.
De moeder stelt dat de jeugdprofessional partij heeft gekozen voor de vader door in de gesprekken te zeggen dat de moeder de vader valselijk heeft beschuldigd. Daarnaast heeft de jeugdprofessional in het gesprek de moeder meermaals onderbroken en haar zorgen gediskwalificeerd. De jeugdprofessional stelt dat hij bewust heeft benoemd dat de moeder, de vader (ten onrechte) heeft beschuldigd om aan te geven wat dit betekent voor de samenwerking tussen de ouders, het vertrouwen en het samen kunnen overleggen. De jeugdprofessional is van mening dat hij verschil in visies tussen de ouders duidelijk en genuanceerd ter sprake heeft gebracht. Het is nooit zijn bedoeling geweest om de zorgen van de moeder te diskwalificeren, zijn doel was om de focus te verleggen naar de toekomst in plaats van het verleden. De jeugdprofessional heeft naar zijn mening strategische onderbrekingen ingezet om te voorkomen dat het gesprek zou vastlopen.
Het enkele feit dat de jeugdprofessional de moeder heeft onderbroken, brengt volgens het College nog niet met zich mee dat de jeugdprofessional de moeder onprofessioneel te woord heeft gestaan.  Het College maakt uit de geluidsopnames op dat het in de gesprekken niet lukte om te komen tot concrete afspraken met betrekking tot de omgang tussen de vader en de zoon. Het College volgt de jeugdprofessional dan ook in zijn verweer dat hij heeft geprobeerd strategische onderbrekingen in te zetten. Het is het College niet gebleken dat de jeugdprofessional hiermee de moeder onprofessioneel te woord heeft gestaan. Het College heeft een jeugdprofessional gehoord die zijn gesprekspartners confronteert met hun houding en daarover vragen stelt. Het College heeft niet gehoord dat er hierbij sprake is geweest van normstelling of beschuldigingen aan het adres van de moeder. Evenmin is gebleken dat de jeugdprofessional partij zou hebben gekozen voor de vader. Gelet op het voorgaande kan de jeugdprofessional geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

3.1.3 Het College is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

4     De beslissing

Het College komt tot de volgende beslissing:

  • de klacht is ongegrond.

Deze beslissing is op 13 december 2021 genomen door mevrouw mr. S.C. van Duijn (voorzitter), mevrouw S.M.G. Bruinhard en mevrouw M. Grol (beide lid-beroepsgenoot), bijgestaan door mevrouw mr. T. Kuijs (secretaris).

mevrouw mr. S.C. van Duijn, voorzitter

mevrouw mr. T. Kuijs, secretaris