Maak een selectie

736 van 736

   

Uw zoekopdracht leverde 736 beslissingen op:

College van Toezicht
08/03/2016
Gedeeltelijk gegrond - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.057T

Onduidelijkheden over de taken van jeugdzorgwerker tussen twee instellingen.
Beroepscode: F (Informatie-voorziening over de hulp- en dienstverlening) | J (Vertrouwelijkheid) | N (Samenwerking in de hulp- en dienstverlening)
Open
College van Toezicht
07/03/2016
Gedeeltelijk gegrond - Waarschuwing

Zaaknummer: 15.055T

De jeugdzorgwerker is ten onrechte gekomen tot een uitbreiding van de omgangsregeling. Tevens heeft beklaagde onvoldoende moeite gedaan om de zienswijze van klaagster bij het besluit te betrekken.
Beroepscode: A (Jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen) | D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) | Q (Toetsing beroepsmatig en functioneel handelen aan de waarden en normen van het beroep)
Open
College van Toezicht
23/02/2016
Gedeeltelijk gegrond - Waarschuwing

Zaaknummer: 15.065T

De jeugdzorgwerker heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij is overgegaan tot de spoed uithuisplaatsing van de kinderen.
Beroepscode: D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) | O (Beroepsuitoefening en samenwerking)
Richtlijnen: Crisisplaatsing
Open
College van Toezicht
09/02/2016
Gedeeltelijk gegrond - Waarschuwing

Zaaknummer: 15.023T

Klacht tegen een schoolmaatschappelijk werker over het niet op de hoogte zijn van de inhoud van de gesprekken van beklaagde met de dochter en het ontstaan van een onoverbrugbare verwijdering tussen klaagster en de dochter.
Open
College van Toezicht
09/02/2016
Gedeeltelijk gegrond - Waarschuwing

Zaaknummer: 15.029T

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het gebrekkig informeren van klager en het niet vragen van toestemming over het aangaan van een gesprek met de dochter van klager.
Open
College van Beroep
02/02/2016
Gedeeltelijk gegrond - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.008B

De gezaghebbende ouder is onvoldoende betrokken bij de totstandkoming van het plan van aanpak
Open
College van Toezicht
25/01/2016
Gedeeltelijk gegrond - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.027T

De jeugdzorgwerker heeft ter zitting onvoldoende blijk gegeven van reflectie op haar aandeel in de werkrelatie met klaagster. Er wordt door het CvT geen maatregel opgelegd.
Open
College van Beroep
14/01/2016
Niet-ontvankelijk - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.009B

Een analoge toepassing van artikel 35 van het Tuchtreglement brengt met zich mee dat het College niet bevoegd is om te oordelen over handelingen van voor de registratiedatum van verweerders.
Open
College van Beroep
12/01/2016
Niet-ontvankelijk - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.007B

Ruime uitleg van het begrip ‘belanghebbende’: zaak terug verwezen naar het College van Toezicht
Open
College van Toezicht
07/01/2016
Ongegrond - Geen maatregel

Zaaknummer: 15.032T

Moeder klaagt over de wijze waarop de jeugdprofessional de ondertoezichtstelling uitvoert en de uithuisplaatsing van de kinderen.
Beroepscode: D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) | E (Respect)
Open
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.057T

Onduidelijkheden over de taken van jeugdzorgwerker tussen twee instellingen.

De betrokkenheid van de jeugdzorgwerker met klager heeft plaatsgevonden vanuit een pilot tussen twee zorginstellingen. De jeugdzorgwerker was voor de helft van haar werktijd gedetacheerd bij de instelling van waaruit vader hulpverlening kreeg aangeboden. Het College is van oordeel dat beklaagde beter had moeten uitleggen hoe de verdeling van haar taken tussen de twee instellingen geregeld was, om verwarring te voorkomen. Daarnaast is zij onvoldoende zorgvuldig omgegaan met de door klager verleende toestemming om informatie bij derden op te vragen. Het College houdt echter rekening met het feit dat het handelen van beklaagde mede is veroorzaakt door onduidelijkheden in verband met de transitie van taken van de instelling naar andere hulpverlenende instanties, met het feit dat beklaagde inmiddels wegens haar leeftijd niet meer in de jeugdzorg werkzaam is, alsmede met de omstandigheid dat soortgelijke klachten van klager reeds door de instelling in een gesprek met klager en beklaagde naar tevredenheid zijn besproken. Dit alles is voor het College aanleiding om geen maatregel op te leggen.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.055T

De jeugdzorgwerker is ten onrechte gekomen tot een uitbreiding van de omgangsregeling. Tevens heeft beklaagde onvoldoende moeite gedaan om de zienswijze van klaagster bij het besluit te betrekken.

De gezaghebbende moeder klaagt over slechte communicatie en samenwerking van de gezinsvoogd met betrekking tot de omgangsregeling van haar zoontje met vader. Het College stelt vast dat de gezinsvoogd onvoldoende heeft kunnen uitleggen dat de veiligheid van het kind voldoende gewaarborgd is bij uitbreiding van de omgang met vader. Bovendien heeft de gezinsvoogd zich onvoldoende ingespannen voor wat betreft de communicatie en samenwerking daaromtrent met moeder. Daarmee heeft de gezinsvoogd in strijd gehandeld met artikel A en D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Met betrekking tot de op te leggen maatregel overweegt het College enerzijds dat beklaagde weliswaar een aantal beroepsregels heeft geschonden, maar anderzijds dat ter zitting is gebleken dat beklaagde beschikt over reflectief vermogen en dat zij actief bezig is met haar professionele ontwikkeling. Op grond van deze overwegingen acht het College de maatregel van waarschuwing passend. Overige klachtonderdelen over partijdigheid, privacy, het niet nakomen van beloften en niet ontvankelijk zijn voor kritiek door beklaagde, zijn voor het College niet vast komen te staan en om die reden ongegrond verklaard.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.065T

De jeugdzorgwerker heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij is overgegaan tot de spoed uithuisplaatsing van de kinderen.

In de Richtlijn crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming staan de criteria voor een spoeduithuisplaatsing. Het gaat om situaties waarin de jeugdige of een gezinslid direct fysiek gevaar loopt. Het College acht het van groot belang dat de jeugdprofessional kan motiveren waarom hij tot het oordeel is gekomen dat er sprake was van een dergelijke situatie (conform artikel D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker). In de onderhavige zaak heeft de gezinsvoogd in het verweerschrift en tijdens de mondelinge behandeling van het College onvoldoende gemotiveerd waarom de door hem genoemde redenen hebben geleid tot een spoeduithuisplaatsing, en was naar het oordeel van het College geen sprake van een situatie waarin een spoeduithuisplaatsing nodig was. Door het handelen van beklaagde heeft klaagster geen gelegenheid gehad om met haar kinderen toe te werken naar de uithuisplaatsing, hetgeen het College hem kwalijk neemt, en het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd. Het College legt een waarschuwing op.  
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.023T

Klacht tegen een schoolmaatschappelijk werker over het niet op de hoogte zijn van de inhoud van de gesprekken van beklaagde met de dochter en het ontstaan van een onoverbrugbare verwijdering tussen klaagster en de dochter.

Moeder heeft een dochter uit een inmiddels ontbonden huwelijk. Tijdens gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker kwam naar voren dat dochter veel druk ervaarde die vanuit thuis op haar schoolprestaties werd gelegd. Moeder is hierover geïnformeerd door de schoolmaatschappelijk werker. In navolging van de wens van dochter heeft de schoolmaatschappelijk werker in dit gesprek geadviseerd dat dochter tijdelijk bij haar vader zou gaan wonen. Moeder houdt de schoolmaatschappelijk werker verantwoordelijk voor het feit dat er nu een onoverbrugbare verwijdering is tussen haarzelf en haar dochter. Deze klacht is ongegrond, omdat duidelijk is dat deze beslissing bij de ouders lag. De klachten over het feit dat moeder niet op de hoogte was van de inhoud van het contact tussen de schoolmaatschappelijk werker en haar dochter, en dat de schoolmaatschappelijk werker door haar handelen een onoverbrugbare verwijdering heeft veroorzaakt tussen dochter en klaagster zijn gegrond. De schoolmaatschappelijk werker heeft naar voren gebracht dat zij de keuze heeft gemaakt om de moeder stapsgewijs bij het traject met dochter te betrekken. Het College is van oordeel dat de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende heeft gereflecteerd over de gevolgen van deze keuze voor de moeder. Bovendien blijkt onvoldoende op welke wijze de moeder stapsgewijs is betrokken. Door veel zaken bij dochter te laten heeft de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende regie genomen. De schoolmaatschappelijk werker heeft niet gehandeld zoals het een redelijk zorgvuldig en bekwaam handelend jeugdprofessional betaamd. Het College legt een waarschuwing op.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.029T

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het gebrekkig informeren van klager en het niet vragen van toestemming over het aangaan van een gesprek met de dochter van klager.

Vader heeft uit een inmiddels ontbonden huwelijk een dochter die onder toezicht is gesteld. Ouders hebben gezamenlijk gezag, en dochter woont bij moeder. Toen dochter om een gesprek verzocht met vader, heeft de gezinsvoogd dit verzoek ingewilligd zonder toestemming te vragen aan vader. Het College overweegt dat de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker verlangt dat de jeugdige cliënt tot zijn recht komt in zijn opvoeding en ontwikkeling, maar dat ook de ouder wordt gerespecteerd. Met het inwilligen van het verzoek van dochter had de gezinsvoogd ook de belangen van vader moeten meewegen. Het is onvoldoende gebleken welke belangen van vader zijn meegenomen door de gezinsvoogd, welk gewicht zij daaraan toekende en waarom het belang van dochter de doorslag heeft gegeven. Ook is niet gebleken of de gezinsvoogd naar andere, minder ingrijpende oplossingen heeft gezocht. Het College legt een waarschuwing op. De overige klachten zijn ongegrond.
College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.008B

De gezaghebbende ouder is onvoldoende betrokken bij de totstandkoming van het plan van aanpak

De moeder vindt dat de gezinsvoogd haar privacy onvoldoende heeft gewaarborgd door – zonder daarvoor aan de moeder toestemming te vragen – op 10 juli 2014 de beeldopnamen te bekijken, die de vader van de moeder gemaakt heeft. Verder verwijt de moeder dat de gezinsvoogd geen actie heeft ondernomen n.a.v. haar verdenking, dat de vader zich onzedelijk zou hebben gedragen jegens dochter E. Voorts verwijt de moeder de gezinsvoogd dat hij geen verslagen heeft gemaakt, dat geen enkel plan van aanpak is besproken en dat geen contactjournaals naar haar zijn gestuurd. Het College van Toezicht heeft ten onrechte geen kennis genomen van de door de moeder in het geding gebrachte bandopnames. De moeder verwijt de gezinsvoogd dat hij onvoldoende zorgvuldig met haar communiceert en dat hij onvoldoende neutraal handelt en gebruik maakt van intimidatie. Bij het beroepschrift heeft de moeder – voor het eerst in de procedure bij SKJ – gedeelten van een uitspraak van de klachtencommissie [GI] van 30 oktober 2014 overgelegd. In de uitspraak van de klachtencommissie worden de klachten 2 (De Stichting komt afspraken niet na) en 6 (De Stichting heeft de privacy van klaagster onvoldoende gewaarborgd door het bekijken van de opnames die de vader van klaagster heeft gemaakt) van de moeder gegrond verklaard. Op verzoek van het College is door de moeder de gehele uitspraak van de klachtencommissie alsnog ter zitting van 12 januari 2016 overgelegd, met de daarbij gevoegde reactie van 1 december 2014 van de Raad van Bestuur van [GI], waarin aan de moeder voor wat betreft de 2 gegrond verklaarde klachten excuses worden aangeboden. Het College: Het verschil tussen beide procedures is in ieder geval, dat het bij een klachtprocedure gaat om een klacht tegen de instelling, terwijl het bij een tuchtprocedure gaat om de klacht tegen een jeugdprofessional zelf. Bij een klachtprocedure kunnen meerdere functionarissen van een instelling betrokken worden, bij een tuchtrechtprocedure gaat het om een klacht of klachten tegen een of meerdere jeugdprofessionals, die individueel worden aangesproken op het al of niet nakomen van hun beroepscode. Beide procedures kunnen dus naast elkaar gevoerd worden. De uitslag van een beslissing van een klachtencommissie kan overigens wel van invloed zijn op het oordeel van de tuchtrechter: bij deze klacht heeft klager geen belang meer. Het College: Gezaghebbende ouders dienen actief betrokken te worden bij de totstandkoming van een plan van aanpak. Indien dit om welke reden dan ook niet mogelijk blijkt te zijn, dient tenminste in het plan van aanpak te worden aangegeven welke pogingen zijn ondernomen om de gezaghebbende ouder erbij te betrekken en wat de reden is geweest dat het contact niet is gelukt. Het College benadrukt voorts dat de bespreking van het plan van aanpak een goed moment is om de gezaghebbende ouder te informeren over wat een ondertoezichtstelling inhoudt, wat de spelregels zijn bij een ondertoezichtstelling en wat de ouder van de gezinsvoogd kan verwachten. Conclusie: Nu de moeder in de betreffende zaak onvoldoende door de gezinsvoogd is geïnformeerd en betrokken bij het plan van aanpak, verklaart het College dit klachtonderdeel gegrond. De overige klachten worden ongegrond verklaard. Het College heeft bij de gegrond verklaarde klacht ernstig overwogen om een waarschuwing op te leggen, maar vertrouwt erop dat de [GI] het beleid voldoende aanscherpt waardoor dit soort fouten in de toekomst wordt vermeden.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.027T

De jeugdzorgwerker heeft ter zitting onvoldoende blijk gegeven van reflectie op haar aandeel in de werkrelatie met klaagster. Er wordt door het CvT geen maatregel opgelegd.

Het College is van oordeel dat de jeugdprofessional is tekort geschoten in het tot stand brengen van een goede samenwerking met moeder, en niet duidelijk heeft kunnen maken dat de zorgverlening zowel ten dienste van de jeugdige als de ouder staat. Een jeugdprofessional dient te reflecteren op de vaardigheden van cliënten zodat een goede samenwerking tot stand komt. Dit is onvoldoende gebleken. Evenmin is gebleken dat moeder door beklaagde is betrokken in de besluitvorming, of dat moeder goed is geïnformeerd over het zorgtraject en de uiterste consequenties hiervan. Het College overweegt dat beklaagde nadrukkelijker, bijvoorbeeld schriftelijk, en tussentijds, moeder had moeten informeren over de gemaakte afspraken. Het College overweegt dat het de verwijtbaarheid van het handelen echter onvoldoende kan wegen nu moeder daags voor de hoorzitting bericht dat zij afziet van de mogelijkheid om haar klachten mondeling toe te lichten. Er wordt geen maatregel opgelegd.
College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.009B

Een analoge toepassing van artikel 35 van het Tuchtreglement brengt met zich mee dat het College niet bevoegd is om te oordelen over handelingen van voor de registratiedatum van verweerders.

Evenals het College van Toezicht verklaart het College van Beroep zich niet ontvankelijk met betrekking tot klachten tegen 4 jeugdzorgwerkers, omdat die klachten betrekking hebben op een periode die ligt voor de aanvang van de registratiedatum van deze jeugdzorgwerkers.
College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.007B

Ruime uitleg van het begrip ‘belanghebbende’: zaak terug verwezen naar het College van Toezicht

Klager is vrijwilliger bij [de stichting], als gedragswetenschapper is hij lid van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Namens cliënte heeft hij als gedragswetenschappelijk (pedagogisch) adviseur de gezinsvoogd aangesproken. Hij verwijt deze dat zijn cliënte al enkele jaren genegeerd wordt als wettelijk vertegenwoordiger van haar twee zoons en dochter. Toen dit niet tot resultaat leidde, heeft hij op eigen titel een klacht ingediend bij het College van Toezicht. Volgens het College van Toezicht kan klager geen aanspraak maken op een tuchtrechtelijke uitspraak, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 10 Tuchtreglement (oud). Het College van Beroep meent dat de kring van klagers ruimer dient te worden genomen dan alleen diegenen op wie de klacht rechtstreeks van toepassing is. Deze ruime uitleg van het Tuchtreglement van SKJ baseert het College van Beroep mede op gelijkluidende bepalingen uit de diverse tuchtreglementen van beroepsverenigingen waar veel leden van SKJ afkomstig van zijn. Indien een vakgenoot zoals appellant aanvankelijk gevolmachtigde is geweest van een cliënt, en in die kwaliteit van oordeel is dat een jeugdprofessional in strijd handelt met de beroepscode, kan die vakgenoot vervolgens ook zonder volmacht van zijn cliënte een klacht indienen bij SKJ. Dat er bij de behandeling van die klacht mogelijkerwijs bewijsproblemen kunnen optreden, doet aan deze bevoegdheid tot klagen niet af. Conclusie: de niet-ontvankelijkheidsbeslissing van het College van Toezicht, die was gebaseerd op de overweging dat een enkel beroepsmatig belang onvoldoende is om te kunnen klagen, wordt vernietigd. Het College van Beroep verklaart appellant alsnog ontvankelijk in zijn klaagschrift en verwijst de zaak terug naar het College van Toezicht.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.032T

Moeder klaagt over de wijze waarop de jeugdprofessional de ondertoezichtstelling uitvoert en de uithuisplaatsing van de kinderen.

Het College acht het van belang dat een jeugd professional ook in complexe situaties blijft werken aan een goede samenwerking en communicatie met ouders. Deze norm is vastgelegd in artikel E van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Persoonlijke communicatie is van belang om een acceptatieproces van de ouder op gang te kunnen brengen, en de ouder moet geïnformeerd blijven over zijn of haar kinderen. Door het naleven van onder meer deze beroepsnorm kan de jeugd professional het vertrouwen in de jeugdzorg bevorderen (artikel D van de Beroepscode). In onderhavige zaak oordeelt het College dat niet kan worden gesteld dat gezinsvoogd met zijn handelen buiten de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening is getreden. De klachten van moeder worden ongegrond verklaard omdat deze betrekking op gebeurtenissen die niet vast zijn te stellen door het College, niet volgen uit de stukken, niet aan gezinsvoogd kunnen worden aangerekend en gemotiveerd zijn weerlegd door de gezinsvoogd.